Marshall Pathogenese een samenvatting
Hoe intracellulaire bacteriën (L-forms/CWD's/ Mycoplasma) zich verstoppen IN de cellen van het imuunsysteem

 

Naam: Trevor Marshall
Titel: Ph.D Biomedical Engineering
Plaats: Thousand Oaks (California)
Missie: Het begrijpen van Th1 ziekten, en hun relatie tot 1,25OH2D3 en Angiotensin II, en een Protocol gebasseerd op deze kennis.
Website: http://www.marshallprotocol.com/
http://autoimmunityresearch.org/

Wat zijn Th1-ziekten ?

Th1-ziekten zijn volgens Marshall, de ziekten waarin de immuunresponse wordt gestuurd door intracellulaire bacteriën die in de cellen van het immuunsysteem zitten, en een cytokine cascade veroorzaken om zich te beschermen tegen het immuunsysteem. Hierover later meer. De Th1-ziekten zijn karakteristiek in hoge waardes van het actieve vitamine-D hormoon, 1,25-dihydroxyvitamine-D. Ziekten waarbij de pathogenen zijn aangetoond en/of een verhoogde 1,25-dihydroxivitamine-D waarde zijn gevonden zijn, maar niet gelimiteerd tot: Reumathide Arthritis, Mutiple Sclerosis, Sarcoidosis, Lupus, Fibromyalgie, Borreliose, Ziekte van Lyme, ALS, ME en het Chronisch vermoeidheids Syndroom, Parkinson. Het is dus zeer waarschijnlijk dat deze ziekten een zelfde pathogenese kennen, maar de verschillende diagnoses een verschillende expressie van die pathogenese zijn. Welke ziekte je krijgt hangt zeer waarschijnlijk af van de genetische suspectibiliteit die je gedurende je leven hebt opgedaan en aan het soort pathogeen(en) waar je mee geinfecteerd bent. De genetische suspectibiliteit wordt voor het grootste deel veroorzaakt door infecties met virussen en bacteriën, die het dna en de expressie daarvan kunnen veranderen en dna kunnen toevoegen aan de cellen in je lichaam. Dit is dus niet het DNA wat in alle cellen in het lichaam zit en wat je van je ouders hebt gekregen, dit is alleen het DNA van de geinfecteerde cellen.


Welke pathogenen zijn er betrokken in deze Th1-ziekten ?

De pathogenen (spp.) die naar huidige kennis een Th1-ziekten kunnen blijven voorstuwen zijn, maar niet gelimiteerd tot: Borrelia, Mycoplasma, Rickettsia, Mycobacteriën, Propionibacteriën, Streptococcen. Deze bacteriën zijn pleomorfisch. Dit houdt in dat ze instaat zijn meer dan een vorm aan te nemen. Een van die vormen is de L-vorm. Een vorm waarin de bacteriën hun celwand missen en dus niet meer door het immuunsysteem als pathogeen herkend worden. Deze vorm wordt ook wel celwandloze (CWD) vorm genoemd. Vaak komen deze L-vorm bacteriën voor in coloniën als een coccoide vorm. De mycoplasma's zijn een soort opzich, en bevatten nooit een celwand en hebben minder DNA tot hun beschikking, toch vormen ze meer overeenkomsten dan verschillen met de L-vormen van bacteriën. Volgens Marshall is er dus niet 1 pathogeen alleen verantwoordelijk voor de Th1-ziekten, eerder een mix van pathogenen die van patient tot patient verschilt.
Opmerking: de L-vorm is ontdekt in het Lister institute in Frankrijk door Dr. Emmy Kleinberger-Nobel en is verder door Prof. L. Mattman vele decennia bestudeerd.


Een video gemaakt door A. Wright en M. Kroun over dit pleomorfisme in Borrelia is te vinden op onderstaande link:
http://lymerick.net/video/AndyWright2004-640.wmv


Hoe kunnen intracellulaire bacterien in de cellen van het immuunsysteem leven zonder dat er fagocytose optreed?

Sind enkele decennia worden er door verschillende onderzoekers (Mattman, Wirostko, Cantwell, Livingston, Wright) kleine cellwandloze bacteriën gevonden in de cellen (fagocyten) van mensen met Th1-ziekten (auto-immuunziekten) door middel van licht of elektronische microscopie. In een normaal immuunsysteem "eten" de fagocyten de bacteriën op in de proces dat fagocytose word genoemd. De fagocyten zijn de cellen waar het immuunsysteem op vertrouwd voor het opruimen van de pathogenen. Maar wat gebeurd er als er organimsen zijn die niet herkend worden door deze fagocyten? Wat als er organismen zijn die instaat zijn om te kunnen overleven in het cytoplasma van fagocyten zonder te worden verteerd? Dat is waar de Marshall Pathogenese een antwoord op heeft gevonden.

Fig: verstoring van NF-Kappa-B bestruring door bacteriële pathogenen.

Klik om te vergroten +

Foto: Emile Wirostko, cellen genomen uit het oog van een Jeuvenile Artritis patient. Colonie van cellwandloze nanobacterien te zien omgeven door een skelet of membraan.

Klik om te vergroten +

  Fig: Colonie van intracellulaire bacteriën in een macrofaag, die direct de aanmaak van proteinen en cytokinen kunnen stimuleren.

Als er bacteriën in de fagocyten kunnen leven, is er volgens Marshall iets heel erg vreemds aan de hand. Normaal gesproken krijgen de fagocyten signalen van buiten hun celmembraan via receptoren, die in het cytoplasma weer signalen afgeven aan de nucleus waar vervolgens dna transcriptie kan plaats vinden. Maar met de bacteriën in het cytoplasma, kunnen ook zij proteinen en signaal stoffen afgeven en de nucleus activeren. Hierdoor onstaat er een situatie waarbij het menselijk immuunsysteem niet meer instaat is om zijn cellen te laten reageren zoals het wil. De intracellulaire bacteriën sturen de cellen zelf aan, en creëren mechanismen om te zorgen dat ze niet herkend worden door de fagocyten. Een van deze mechanismen is het activeren van NF-Kappa-B, waardoor een cascade van cytokines word geproduceerd door de transcripties in de nucleus van de cell. Het sleutel cytokine in dit proces is Interferon-gamma (INF γ). Daarbij, word er ACE (angiotensin converting enzyme) gestimuleert, welke angiotensin I converteerd in de te gebruiken angiotensin II, waar deze pathogenen receptoren voor hebben. Deze overvloedige angiotensin II geeft de pathogenen mogelijkheden om overvloedige 1,25-dihydroxyvitamine-D te produceren en zorgt voor een onstekings reactie. De overvloed van deze actieve vorm van vitamine-D zorgt weer voor een scala aan symptomen die Hypervitaminose-D genoemd worden. De 1,25-dihydroxyvitamine-D wordt dus gekatalyseerd door INF γ en Angiontensin II, en dit zorgt voor de karakteristieke Th1-onsteking.



Vitamine D

In het begin van de vorige eeuw hebben onderzoekers besloten om Vitamine-D aan te stellen. Men ging er toen nog vanuit dat er slechts 1 vorm was. Onderzoek later vorige eeuw toonde aan dat de naam Vitamine een slechte keuze is, en dat er actieve en enkele in-actieve (precursors) vorm van "Vitamine" D bestaat. De inactieve vorm is genaamd: 25-hydroxyvitamine-D (calciferol) en de actieve vorm: 1,25-dihydroxyvitamine-D (calcitriol). De inactieve vorm is een soort van opslag van Vitamine-D voor het geval het lichaam een te kort aan de actieve vorm zou gaan krijgen. In zo een geval kunnen de lever en nieren ervoor zorgen dat de inactieve vorm in de actieve vorm wordt omgezet. Er is tot op heden geen bewijs dat de inactieve vorm een andere functie bediend dan als opslag voor de actieve vorm. We nemen de inactieve vorm (25D) tot ons door middel van eten dan rijk is aan Vitamine 25-D (eieren, vis, boter). De actieve form kan zoals eerder beschreven toenemen in gezonde mensen als 25D wordt omgezet naar 1,25D of via 7-dehydrocholesterol doormiddel van zonlicht en licht dat in het zichtbare spectrum valt.

De derder manier waarbij de actievevorm (1,25D) toe neemt is wanneer er intracellulaire bacteriën door middel van stimulatie op hun Angiotensin-II receptoren en IFN γ overvloedig 1,25-dihydroxyvitamin-d produceren om zich te beschermen tegen het immuunsyteem. Dit laatste mechanisme is een van de peilers waarop het Marshall Pathogonese is gebouwd.

Deze disregulatie in 1,25D is te meten in het bloed omdat kleine hoeveelheden 1,25D de bloedbaan bereiken. Om een nauwkeurige analyse uit te voeren dient het bloed direct bevroren te worden omdat anders het hormoon zijn eigenschappen verlies en dus niet meer te meten is. Analyse van 25D hoeft niet alvorens analyse ingevroren worden.


Omtrend de functie en rol van Vitamine-D (beide vormen) is nog altijd veel onduidelijkheid, en er zijn maar weinig mensen die snappen hoe de biochemie van dit hormoon/cytokine in elkaar zit ten opzichte van het immuunsysteem en andere procesen in het lichaam. Een fout die veel onderzoekers en doktoren maken is conclusies te trekken zonder de onderliggende biochemie van Vitamine-D te begrijpen. Veel onderzoekers focussen zich alleen op 25-hydroxyvitamine-D (inactieve vorm). Wanneer deze vorm in laboratorium onderzoek te laag wordt bevonden spreekt men van een Vitamine-D tekort. Gezien men de actieve vorm niet heeft gemeten weet men helemaal niet of er een tekort is! Wat al door andere onderzoekers was gevonden maar door Marshall is bevestigd, is dat Th1 (autoimmuunziekten) een verstoorde vitamine-D balans kennen. Deze onbalans is karakteristiek voor een Th1-ziekte veroorzaakt door intracellulaire bacteriën. De 25-hydroxyvitamine-D is verlaagt terwijl de 1,25-dihydroxyvitamine-D sterk verhoogd is. Het zal nu duidelijk zijn waarom het alleen meten van 25-hydroxyvitamine-D tot verkeerde conclusies zal lijden.

Update:
Volgens recent onderzoek is gebleken dat Vitamine 25D3 en oook 25D2 grote overeenkomsten vertonen met steroiden zoals Prednisolon (zie afbeeldingen). Vitamine 1,25D (calcitriol) bezit een extra hydroxyl-groep en is als enige instaat om de VDR (Vitamine D-receptor) te activeren. Alle andere vormen van Vitamine-D doen de VDR de-activeren en zijn dus immuno-supressief!!! Het toevoegen van Vitamine 25D aan de voedselketen als supplementatie voor "zogenaamde te korten" is dus een grote misvatting! Op de korte termijn geeft Vitamine D misschien een gunstig beeld (door zijn seco-steroide eigenschappen) maar op de langere termijn zal op de achtergrond het proces door woekeren. Vitamine 25D is immunosupressief vanaf waarden hoger dan 20 pg/mL. Doordat er meer 25D in je lichaam gaat circuleren worden er meer VDR's gede-activeerd. Met de wetenschap dat de VDR (Vitamine-D Receptor) aan het hart staat van de aangeboren immuniteit zal het duidelijk zijn waarom supplementatie, en zeker bij zuigelingen tot grote problemen zal lijden.

Bron: Presentatie van Trevor Marshall op AAEM-Conferentie Aug 2006

De seco-steroiden Vitamine 25D2 en 25D3, en de steroide Prednisolon. Er is slechts een waterstofbrug verschil, wat Vitamine-D 3 ringen en Prednisolon de volledige 4 steroide ringen geeft


In een groot Deens onderzoek naar de "normale" waarden van 1,25D in de populatie kwam men op een waarde van 29 pg/mL. Volgens de Mercks Physicans Manual beginnen botten op te lossen bij 1,25D waarden hoger dan 45 pg/mL. Volgens Marshall et. al. is een vitamine-D ratio (1,25D/25D) van 1,8 of hoger en/of een 1,25D waarde van 43 pg/ml of hoger een teken van Th1-onsteking door intracellulaire bacteriën. Er zijn een scala aan onderzoeken waarin wordt aangetoond dat in ernstige virale ziekten zoals AIDS of Hepatitis de 1,25-dihydroxyvitamine-D waarde zeer laag word, in het geval van AIDS zelfs richting 0 pg/mL. Volgens Marshall kan de 1,25D waarde dus als een goede diagnotische methode gebruikt worden om te kijken wat voor een soort immunologische activiteit en welk type pathogeen (virus/bacterie) in een patient aanwezig is.

Voor het protocol wat door Marshall et. al. is ontwikkelt kunt u het beste de actuele informatie op www.marshallprotocol.com bekijken.

Laatste presentatie T. Marshall et.al.:
Download als PDF: http://www.xs4all.nl/~jvancan/downloads/tm_aust_2006.pdf

Laatste studie T. Marshall et.al.:
Common Angiotensin Receptor Blockers may directly modulate the immune system via VDR, PPAR and CCR2b
Trevor G Marshall, Robert E Lee and Frances E Marshall

Compleet artikel download (PDF):
http://autoimmunityresearch.org/arb-tbiomed-paper.pdf

Publicaties en studies :

Marshall TG, Lee RE, Marshall FE.  
Common Angiotensin Receptor Blockers may directly modulate the immune system via VDR, PPAR and CCR2b.
Theor Biol Med Model. 2006 Jan 10;3(1):1 [Epub ahead of print]
PMID: 16403216 [PubMed - as supplied by publisher]


Common Angiotensin Receptor Blockers may directly modulate the immune system via VDR, PPAR and CCR2b
Authors: Trevor G Marshall, Robert E Lee and Frances E Marshall

Antibacterial Therapy Induces Remission in Sarcoidosis
Authors: Trevor G Marshall, PhD1, Belinda J. Fenter1, and Frances E Marshall, GradDipPharm, RPh

Putative Antibacterial Mechanisms for Angiotensin II Receptor Blockers

Authors: Trevor G Marshall, PhD1, Belinda Fenter, BS2, and Frances E Marshall, GradDipPharm, RPh3

Significance of Interferon-gamma in the Th1 Immune Reaction
Authors: Trevor G Marshall, PhD, and Frances E Marshall, RPh